Tips voor nagevulde cartridges:
-
Zet de computer en printer aan
-
Installeer de nagevulde cartridge in de printer
-
Ga naar de instellingen van de printer en kies ‘printeronderhoud’
-
Kies ‘inktpatronen reinigen’
-
Kies ‘testpagina printen’
-
Als er nog steeds strepen in de print zitten, kunt u het beste het reinigingsproces nog een keer uitvoeren.
-
Als na het vullen de kleuren niet goed worden weergegeven, kan het uitvoeren van het reinigingsprogramma ook helpen.
Meer algemene informatie:
-
Haal de cartridge pas vlak voor het navullen uit de printer; dit voorkomt uitdroging.
-
Verpak de cartridge niet in keukenpapier, dit trekt vaak de laatste inkt uit de cartridge, waardoor deze droog komt te staan en sneller kan verstoppen.
-
Print de cartridge niet helemaal leeg.
-
Lege cartridges liefst zo snel mogelijk laten navullen; overgebleven inkt in de printkop droogt op
en verstopt de kanaaltjes.
-
Bij grote temperatuursverschillen de cartridge eerst op kamertemperatuur laten komen en afdeppen (niet wrijven) op een keukenpapiertje voor deze in de printer te plaatsen.
-
Bij printers met een aparte inktkop (b.v. Epson en Canon) is het verstandig een setje reserve cartridges op voorraad te hebben. Als de printkop uitdroogt, is deze verstopt en onherstelbaar beschadigd.
-
Bescherm de printkop NIET met plakband; er kunnen lijmresten achterblijven die de printkop onbruikbaar kunnen maken.
-
Als de printer de nagevulde cartridge niet herkent, kunnen de contactpuntjes smerig zijn. U kunt deze schoonmaken met b.v. Glassex.
-
Als de printer de cartridge niet herkent, moet u de cartridge uit de printer verwijderen, de stroomstekker uit de printer halen en ca. 30 minuten wachten. Het geheugen van de printer is nu leeg en u kunt de stekker weer in de printer doen en de cartridge plaatsen.